Uit: de Architect, jaargang 29, oktober 1998

Acteur en toeschouwer tegelijk

Kunstenaarsverblijf van
Christoph Seyferth in Den Dolder


De psychiatrische kliniek Willem Arntsz Hoeve in Den Dolder ligt in een omvangrijk bosgebied, waarin de uit verschillende perioden daterende paviljoens her en der verspreid liggen. Wegens inkrimping moesten diverse paviljoens worden afgestoten.

Voor het uit de jaren dertig daterende charmante paviljoen 'Het heuveltje' werd echter een nieuwe bestemming gevonden. Op initiatief van het Praktijkbureau Beeldende Kunsten van de Mondriaanstichting en de H.C. Rümke Groep (nu Altrecht), instelling voor geestelijke gezondheidszorg, is het paviljoen verbouwd en ingericht als kunstenaarsverblijf. Uitgangspunt van het project is de maatschappij in de kliniek brengen. Voor de transformatie van het paviljoen tot kunstenaarsverblijf werd op voorstel van Suzanne Oxenaar van het Praktijkbureau Christoph Seyferth uitgenodigd.

Het werk van vormgever Christoph Seyferth is veelzijdig. Zijn opdrachtenpakket varieerde de afgelopen jaren van het ontwerpen van supermoderne zonnebrillen voor Adidas, een audiomeubel, een deurklopper tot en met het inrichten van een nieuwbouwwoning en nu een kunstenaarsverblijf.

Kenmerkend voor al deze ontwerpen is dat ze onconventioneel zijn. Ze appelleren niet aan een bestaande esthetiek en dragen altijd iets menselijks in zich. Ze bewerkstelligen een directe relatie tussen het object en de gebruiker, zodat deze intensiever en bewuster met de objecten om zich heen kan omgaan. Daar komt bij dat elk ontwerp gerealiseerd is met een grote kennis van het materiaal, zoals met name blijkt uit de brillen, waarvan de poten niet met kleine schroefjes, maar met een kunststof scharnier in de glazen zijn bevestigd. Zijn ambachtelijke achtergrond als zoon van een meubelmaker komt hem hierbij goed van pas. Dat Christoph Seyferth vooral is geïnteresseerd in het gebruik en de betekenis daarvan blijkt uit zijn ontwerp voor de herinrichting van het paviljoen in Den Dolder, dat hij de titel 'Spartaanse luxe' meegaf.

Om de ruimtelijke kwaliteit van het gebouw zo helder mogelijk te maken werd het vrijwel volledig gestript. Alleen de keuken is gehandhaafd. De wanden zijn vervolgens wit gestuct.
Aan de buitengevel is boven de entree een luifel aangebracht, gemaakt van de letters die samen de aan Kurt Tucholsky ontleende woorden 'Het vijfde seizoen' vormen, de titel van het kunstenaarsproject. In de gemetselde bloembakken is rabarber geplant. Het zijn zo ongeveer de enige ingrepen, die aan het gebouw zijn verankerd.

Het interieur daarentegen voorziet in verrijd- en verplaatsbare meubelen. Zo kan elke toekomstige bewoner op elke gewenste plek in het huis een bad nemen, zijn bezoek ontvangen of zijn werkplek inrichten. Alleen het bed heeft een vaste plek, evenals de schommel in het werkgedeelte, waarop de kunstenaar zijn creativiteit kan ontplooien. Deze mobiele meubelen benadrukken de helderheid en openheid van de ruimte, terwijl ze tegelijkertijd telkens weer een ander gebruik van de ruimte genereren. Tafels kunnen aaneen geschoven worden of juist verspreid worden door de ruimte, afhankelijk van het gebruik op dat moment en door die ene persoon. Door de monumentale vorm van het bad, dat pontificaal door de ruimte zwerft, wordt het nemen van een bad een bijzondere gebeurtenis.
Ook het lui gaan zitten op de bank vindt niet meer gedachtenloos plaats. Door de u-vormige bank aan het tapijt te verankeren en in zijn geheel als een eiland op wielen te behandelen, krijg je het gevoel een podium te betreden. Het gaan zitten, alleen of met bezoek, evenals het nemen van een bad, krijgt iets theatraals.

Het paviljoen wordt zo tot theater, waar de kunstenaar acteur en toeschouwer tegelijk is.

Liesbeth Melis




terug