











Het voorjaar 2003 was mijn seizoen op de Willem Arntsz in Den Dolder.
De ruimte waarin ik woonde had ik zo veel mogelijk leeg gelaten om het
beter te laten ademen. Het huis werd steeds transparanter, de meubels
maakten de ruimte voor verhalen.
Op sommige dagen kon ik de bomen horen ontpoppen. Mijn huis werd
groener, de transparante grens van glas verdween en de bomen kwamen
letterlijk naar binnen. Voor ik begon, wachtte ik... ik werd overspoeld door
de schoonheid van ontwakende natuur.
Mijn bezoekers kwamen langs en vertelden verhalen. Ik probeerde de tijd,
energie en mijn gave om te luisteren zo eerlijk mogelijk te geven. Ik was
een oor gewoorden. Het idee om een oor te zijn van een dorp vond ik
aantrekkelijk. Ik droomde dat ik sliep op een heel groot oor, mijn ichaam
opgekruld als een dier, met mijn oor er tegen aan. En het oor vertelde
verhalen die het overdag had gehoord.
En zo ontstonden de invulformulieren. Ik wilde nog een stukje dieper in de
verhalen komen of...een beetje van die 'extreme, subjectieve
ervaringswereld' aanraken? De formulieren gaf ik aan de clienten en de
medewerkers van de Hoeve. Zij gingen er op verschillende wijze mee om.
De clienten vulden ze meteen in, zonder weerwoord, sommigen genoten
zichtbaar van de zinnen en lazen hun stukjes op. Het was duidelijk dat ze
gewend waren om van alles te moeten invullen en ondertekenen. De
medewerkers waren critischer, ze hadden vragen, ze moesten weten
waarom en hoezo en waarvoor en of het anoniem was en ... vervolgens
vulden ze de lijstjes in met droge, korte stukken.
Was het verschil zo duidelijk of heb ik een uitgesproken voorkeur voor de
eerste groep? Of vul ik zelf ook veel in?
Ik weet het niet. Ik weet alleen dat ik ze zal missen.
Kostana Banovic
lente 2003