Zelfportret op Het Vijfde Seizoen
De Bevochtiger
De Pulveraar
De Wringer
>> lievebout schatteling
Audrey van der Krogt
3 maanden in 58 regels


Mijn eerste dagen in het vijfde seizoen was ik voornamelijk bezig met het observeren van mijn horizontaal gekeerde evenbeeld in de menshoge spiegel van de woonkamer. Niet geheel zeker dat ik die persoon was, aan de overkant van de tafel. Ik begon dit wezen in die ruimte achter de spiegel te bestuderen met potlood en papier. De schrijvende, tekenende en denkende mens aan de andere door natuur omringde zijde leek mij goed te kennen, zeer persoonlijk zelfs. Samen vroegen wij ons af, of de patiënten op het terrein van de Willem Arntsz Hoeve, die ik overigens nog niet had mogen ontmoeten, ook zo alleen zouden zijn. Ieder met zijn of haar eigen gedachten, vragen en of dromen, temidden van een afgesloten ruimte in de natuur. Door deze overpeinzing voelde ik mij onverhoeds verbonden met al die anderen om mij heen. Deze zelfexploratie heeft uiteindelijk geleid tot een beeldend dagboek.

Om er zeker van te zijn dat ik de eerste dagen niet met lege handen zou komen te zitten, had ik uit voorzorg het idee voor een beeld van mijn vader, de Bevochtiger, in mijn achter hoofd meegenomen. Deze wonderbaarlijke man van 10 miljoen, zoals hij zichzelf graag tracht te noemen, getooid met diverse protheses, zorgde ervoor dat ik in ieder geval werkzaam was. Zijn hoorapparaat, orthopedische schoenen, gelaserde ogen en immer aanwezige insulinespuit als enige duurzame attributen van een voor de rest vergankelijk lichaam. Wanneer dit beeld onder invloed van water zou vergaan, zouden slechts zijn kunstmatige lichaamsdelen overblijven. 'Het water zou in dezen dienen als allegorie voor de ziekte die zijn lichaam langzaam verandert.' Uit praktische overwegingen zocht ik naar een materiaal waarmee ik het beeld van mijn vader zou kunnen opvullen, opdat het niet zo zwaar zou worden. Op mijn daaropvolgende zoektocht naar oud papier, liep ik per toeval op tegen een tot de nok toe gevulde container, met versnipperde dossiers, welke mij vrijwel direct inspireerde tot het idee van het onbeschreven blad. Tabula Rasa. Weg met de analyses, observaties, logboeken en medicijnnota's! Wat ik de mensen alhier wilde schenken, was een schone lei. 'Niet om hun verleden rigoureus te vernietigen, maar omdat dit nu eenmaal mens en natuur eigen processen zijn. Verandering en beweging zijn een kenmerk van leven.' Of zoals de Pulveraar het mij zo mooi wist te vertellen: "Met het tot op het bot afbreken van mijn lichaam, kan God maar één bedoeling hebben. Namelijk, het weer opnieuw te willen opbouwen."

De Pulveraar ontmoette ik tijdens één van de vele creatieve inloopuren, waar ik bepakt met enkele porties animatieklei was binnengewandeld. Deze klei had ik meegenomen om wederom iets om handen te hebben, maar het bood mij onverhoopt een laagdrempelige manier van contactvorming. Tijdens deze spaarzame en zeer vermakelijke uurtjes maakte ik enkele driedimensionale miniatuurschetsen van de aanwezige patiënten, waarvan sommigen niet veel
later zou terugkeren als karakters in de animatiefilm van Dave Vriens.
'NormaIiter vergroot ik in mijn beelden juist de kleine hebbelijkheden die mensen zo bijzonder maken, maar hier lijkt de wereld te zijn omgedraaid. Hier zijn deze unieke kwaliteiten al uitvergroot. De patiënten zijn deze kwaliteiten ten voeten uit.'
Deze bevinding dwong mij verder te kijken dan de gekte, om zo de valstrik van het karikaturale te vermijden.

Tussentijds ontmoette ik de Wringer, een positief ingestelde jongeman, die de eerste zes weken van mijn verblijf zijn afdeling nog niet mocht verlaten. Zo kwam het dat ik uit noodzaak een vorm van transport moest bedenken om dit loodzware levensgrote figuur van ongebakken klei te kunnen vervoeren naar de afdeling waar de wringer vertoefde.

Ook bij de bij Pulveraar was het niet anders, ware het niet dat het winkelkarretje van de Wringer,
in het geval van de Pulveraar, een tot troon omgebouwde rolstoel werd.
Zo integreerden deze vervoermiddelen als vanzelfsprekend in het totaalbeeld. Dankzij deze mobiliteit kregen zij, in de vorm van hun alter ego's, ineens veel meer bewegingsvrijheid
En was ik in staat hen mee te nemen, de buitenwereld in. Hieruit ontstond een beeldend
gedachte-experiment, waarin ik de werkelijke personen verwisselde met hun sculpturale
dubbelgangers, opdat ze voor één keer verlost zouden zijn van de ruimte waarin ze zaten opgesloten. Na het beeld van de Bevochtiger, bracht het beeld van de Wringer, wat zich spontaan
had aangediend, mij er toe bij het derde beeld mijn eigen voorkeur te doen gelden.
Al gauw viel ik voor de Pulveraar, een weledel en welbespraakt heerschap met een uitgesproken persoonlijkheid. Mede doordat ik de drie levensgrote figuren zelf actief wilde laten deelnemen
aan de werking van de versnipperde dossiers, zag ik in hem de schoonheid van het contrast
tussen zijn chique verschijning en de rauwheid van de door mij bepaalde handeling die hij zou gaan verrichten. Tezamen vormden zij uiteindelijk de mini-fabriek voor het produceren van de Tabula Rasa.