











Begin oktober nam ik mijn intrek in Het Vijfde Seizoen. Wat ik daar wilde
doen? Ik wilde er vooral in alle rust aan een dichtbundel werken die vlak na
mijn vertrek, op 26 januari, in de boekhandel moest liggen. De wereld bij
avond, zoals de bundel uiteindelijk zou heten, bevatte slechts tien
gedichten, maar zou tijdens de Landelijke Gedichtendag voor niet meer
dan anderhalve euro te koop zijn en in een oplage van 10.000 exemplaren
verspreid worden. Hoewel mijn verblijf in Het Vijfde Seizoen niet altijd rust
bracht, vond ik toch tijd de laatste vijf gedichten te schrijven, waarvan er drie
zonder mijn verblijf in Den Dolder niet geschreven konden zijn.
Tegelijkertijd was ik erg nieuwsgierig naar de poëzie die door de cliënten
werd geschreven. Zo was ik allereerst van plan oude dossiers door te
nemen op zoek naar gedichten die het waard waren om in een kleine
bloemlezing op te nemen. Helaas bleek ik geen toegang tot dossiers te
krijgen. Erg was dat niet, want een hoogleraar in de geschiedenis van de
psychiatrie vertelde me dat hij eens op goed geluk driehonderd dossiers
had doorgenomen en slechts een, twee gedichten was tegengekomen: de
meeste lyriek van patiënten verdwijnt geruisloos van de wereld. Toch vond
ik uiteindelijk in oude afleveringen van De Gekkenkrant, Gek'ooit, en het
Bulletin van de Cliëntenraad genoeg gedichten om een bescheiden
bloemlezing met 'lyriek uit de kliniek' samen te stellen.
Vanzelfsprekend bevatte die bloemlezing ook gedichten van huidige
bewoners van de W.A. Hoeve: ik was immers van plan mijn verblijf af te
sluiten met een poëziemiddag waarop cliënten hun gedichten ten gehore
zouden brengen. Ik denk nog steeds met ontroering terug aan 12 januari,
de dag waarop Michel van Stratum, Majka Duivenvoorden, Peter van den
Dolder, Anton van Amerongen en Bert Aben hun zenuwen overwonnen en
hun gedichten voor een aandachtig publiek voordroegen. De middag werd
afgesloten met een voordracht van de gelauwerde dichter Mustafa Stitou.
Tijdens die middag werd ook Dossier Wigman gepresenteerd: een
dossiermap met 'De orde van het woord', de bloemlezing waar het mij om
te doen was, en 'Vrij naar Van Gogh', een verslag van mijn drie maanden
in Den Dolder. Later heb ik het verslag uitgebreid en sinds de herfst van
2006 ligt het onder de titel 'Het Gesticht' in de boekhandel.
Achteraf denk ik dat ik misschien te veel heb gewild toen ik Het Vijfde
Seizoen betrok. Eerlijk gezegd vergde het nogal wat om aan het eind van
die drie maanden met een publicatie te komen. Toen ik wat meer tijd en
overzicht had kon ik op m'n gemak verder aan mijn verslag werken. Ook wil
ik in de toekomst de tijd nemen om een bloemlezing met 'gestoorde
teksten' samen te stellen.
Al met al ben ik tevreden dat ik mijn ideeën en plannen ook daadwerkelijk
heb kunnen verwezenlijken en had ik best langer in Het Vijfde Seizoen
willen verblijven.