














Annemiek Vera nam aan het begin van de lente van 2007 haar intrek in
Het Vijfde Seizoen. Gedurende drie maanden maakte zij een serie nieuwe
schilderijen die sterk door alle contacten, indrukken en vondsten van haar
verblijf werd gekleurd. Omdat de Willem Arntsz Hoeve zich, gezien de
uiteenlopende complexe achtergronden van de psychiatrische patiënten
die het terrein bewonen, logischerwijze sterk onderscheidt van een meer
'alledaagse' leefomgeving, had ook Vera - net als de andere kunstenaars
die haar voorgingen - bepaalde verwachtingen. Zij betrad het terrein met
het idee dat veel bewoners haar vanzelf wel zouden komen opzoeken. Ze
verbleef naar eigen zeggen immers in het opvallende 'grote glazen huis'
waar iedereen die maar wilde zo een kijkje kon nemen en in contact kon
komen met de residerende kunstenaar. Dit directe contact met haar
medebewoners kwam echter niet zomaar, zonder slag of stoot op gang.
Vera benutte deze 'stilte voor de storm' om zichzelf binnen haar tijdelijke
en nieuwe leefomgeving te oriënteren. Zo bezocht ze onder andere het op
het terrein gesitueerde mortuarium - waarin tegenwoordig het Historisch
Archief Den Dolder is gehuisvest. Hier trof zij een deel van de historische
verzameling patiëntenfoto's aan, die aan het begin van de twintigste eeuw
door de psychiater F.S. Meijers werd aangelegd en waarschijnlijk dienst
deed als studiemateriaal. De formele en haast objectmatige benadering
van de psychiatrische patiënten, op de zwart-wit foto's onder andere
zichtbaar door de toevoeging van patiëntennummers, ontketende een
stroom van vragen bij Vera: 'Wie zijn deze mensen? Waarom is hun
identiteit gereduceerd tot een nummer? Met welke motivatie zijn deze
personen weggestopt in een inrichting? Is hun op deze wijze niet een
vorm van bestaansrecht ontnomen?'
Tegelijkertijd bracht het onderzoek naar de historische fotocollectie Vera
terug bij het gedicht Voor wie ik liefheb wil ik heten van Neeltje Maria Min,
een gedicht dat zij al in haar jeugd leerde kennen en waarin gelijksoortige
elementaire vragen naar het bestaansrecht naar voren komen. De foto's
en gedichten brachten Vera er toe haar werkperiode in Den Dolder
volledig in het teken te stellen van een symbolisch eerherstel. Een vorm
van eerherstel die zij via het schilderkunstige medium onderzocht. Zij
portretteerde enkele van de door Meijers gefotografeerde patiënten op
doeken van 200 bij 130 cm. Door de grote afmetingen van het
schildersdoek, zat ze de voor een tweede maal vastgelegde personen
letterlijk 'dicht op de huid'. De aandacht en betrokkenheid voor de
geportretteerde fungeerde volgens Vera in zekere zin al als een vorm van
dit eerherstel: Vera verleende de tot psychiatrische patiënt en
onderzoeksobject gestigmatiseerde personen naar eigen zeggen 'een
nieuwe identiteit en een ander bestaansrecht'. Tegelijkertijd stelt ze
hiermee ons kijkgedrag en de vooroordelen die wij kunnen hebben bij het
observeren van de medemens aan de kaak. Vera verbeeldde zichzelf
bijvoorbeeld in een gelijksoortige houding als een van de gefotografeerde
patiënten: 'Wie ben ik in vergelijking tot de ander? Waar is ons oordeel op
gebaseerd?'
Na het ietwat stille begin werden ook de eerste contacten tussen Vera en
enkele bewoners van de Willem Arntsz Hoeve gelegd. Hierbij kwam het
idee van wederkerigheid steeds sterker voorop te staan in de hechte
contacten die zij deelde met de bewoners van de Hoeve. Zo was Vera
iedere week in de houtwerkplaats te vinden, waar zij samen met een
groep bewoners een picknicktafel voorzag van beschilderde motieven.
Ook maakte iedere woensdagmiddag, tijdens het 'open atelier', wel een
groep bewoners gebruik van de mogelijkheid een bezoek te brengen aan
Het Vijfde Seizoen en daar ook daadwerkelijk zelf te tekenenen of te
schilderen. Bewoner Frans bijvoorbeeld, was altijd steevast van de partij.
Hij liet zich in Vera's atelier bovendien veel uit over de door haar opnieuw
vastgelegde historische portetten van de psychiatrische patiënten. Deze
uitlatingen zijn nog steeds van groot belang voor Vera. Daarnaast werkten
ze samen aan een eigen project: een verrijdbare tafel waarvan het blad
door Frans versierd werd met een patroon van aanstekers, visitekaartjes
en kleine afbeeldingen.
De hechte maar tere contacten die Vera gedurende de drie maanden met
de bewoners van de Willem Arntsz Hoeve heeft opgebouwd, zijn typerend
voor het korte intense verblijf op het terrein. De aanvankelijke
buitenstaander en vreemde eend in de bijt wordt voor een kortstondig
moment toegelaten in de leefomgeving en -wereld van de vaste bewoners.
Mariska Beljon