>> naar het fotoboekje
Mijn verblijf in het Vijfde Seizoen startte hals over kop toen ik op 14 januari een telefoontje kreeg van Martin Roeten: er was een kunstenaar uitgevallen en ik kon per direct zijn periode tot 1 maart afmaken.

Ik regelde een gesprek met bestuurslid/beheerder Boudewijn van Grunsven en nam mijn c.v. mee. Als student stelde dit nog weinig voor, toch toonde Boudewijn zijn vertrouwen en twee dagen later betrok ik met mijn backpack het immense gebouw aan de bosrand op de Willem Arntsz Hoeve.

Mijn fascinatie voor de psychiatrie maakte me gedreven om de mensen op te zoeken, met ze te praten en om ze te begrijpen. Maar al bij de eerste ontmoetingen moest ik deze laatste wens laten varen. De gesprekken leken vaak willekeurige gedachtestromen, alsof je met iemand praat die nog aan het dromen is, maar met zó'n overtuigende logica dat ik regelmatig aan mezélf twijfelde. De eerste paar dagen waren zwaar en ik had moeite alle nieuwe indrukken te verwerken. 's Avonds schreef ik alles op, maar de stereotypische beelden van schuifelende mensen door de gangen en de door medicatie verzakte gezichten kreeg ik niet uit mijn hoofd. Wat ik zag was een laag van symptomen, ziekte of medicijnen en om door deze laag heen te komen bedacht ik het project 'Thuis'. Door me te richten op de leefomgeving kon ik de inwoners in beeld brengen, zonder de zichtbare tekenen van de ziekte. Wat is belangrijk, hoe gaat iemand met zijn ruimte en zijn spullen om, waar houdt iemand van?

De reacties op mijn aanwezigheid waren wisselend, van zowel de leiding als de inwoners. Er zijn altijd mensen die graag willen meewerken en mensen die de camera uit de weg gaan. Wel merkte ik dat het fotograferen van hun dierbare bezittingen vaak persoonlijker was dan een portret. Bij een portret heeft de persoon vaak nog enige invloed; de blik, de houding, de gezichtsuitdrukking. Een kamer is wat het is. Als een dagboek waren de kamers te lezen en ik bladerde op zoek naar dat citaat wat hen definieert.

Het eindresultaat is het fotoboekje 'Thuis' en mijn dank gaat uit naar allen die mij hebben geholpen dit tot stand te brengen.

Jeanine van Maris van Dijk
Maart 2008