website Jikke van Loon
>> meer...
>> meer...
Om 8 uur moet ik bij de drukker zijn. Kopij inleveren over mijn verblijf hier.
Het begint nu pas tot me door te dringen dat ik hier al weer weg moet.
Moet, ja. Het is een soort 'filmstill' in een totaal chaotische en intense periode.
Het is bijzonder nu, 's ochtends vroeg. Toch niet echt stil, want je hoort de tl-buizen gieren, treinen afremmen, optrekken en vliegmachines overvliegen, maar het is heel wat rustiger dan ik tot nu toe gewend ben. Het donker buiten heeft een soort concentratie. Ik ben voor het eerst ook eerder dan de timmerman. Die man is onvoorstelbaar matineus altijd. En de mensen staan ook nog niet voor de deur voor koffie. (Met melk? Hoeveel suiker?).

Mijn verblijf hier heeft zich toch wel gekenmerkt door een soort mateloosheid, een drang om iedereen hier te leren kennen, het te snappen, wat 'men' hier doet, wat er zich hier allemaal afspeelt, op het terrein, in het bos, in het donker, in de hoofden.
En het gekke is: dat is precies wat ik de mensen niet gevraagd heb. Ik heb als een razende over het terrein geracet. Monsters gekleid, gefeest, fik gestookt. Ik heb ze hier bij mij welkom geheten en de heftige inhoud vooral nog even in het midden laten liggen.
En toch heb ik ze op mijn manier dicht op de huis gezeten.
Zet maar eens iemand twee uur lang stil in een hoek. Dat ze niet mogen bewegen. Dat is voor een gewoon mens al een hele opgave, maar voor een opgeschoten jongere met ODD en ADHD…. Grote portretten, maar dan heel dichtbij getekend. Heel intens iemand millimeter voor millimeter met een houtskooltje verkennen… het gevecht bespeuren dat zich onder de huid afspeelt… dat is best spannend voor zowel kijker als bekekene. En je kan je afvragen wie er eigenlijk bekeken wordt.

Ik heb net door het raam gekeken en de timmerman is er nog steeds niet. Ik heb nog even.

Ik zit nog steeds tussen mijn tekeningen. Vele meters wit papier met lijnen erop van waaruit zich een wereld begint te vormen, een landschap. Ook dit landschap lijkt de heftige inhoud nog een beetje in het midden te laten liggen, alsof de sneeuw die in deze periode zo rijkelijk gevallen is, het landschap nog even in het maagdelijke wit gehuld laat. Ik weet dat ik de tekeningen mee moet nemen. Mee moet sleuren mijn grot in, mijn atelier. De stilte in. Om te wachten tot de sneeuw smelt. Om in deze stilte de lijnen zich te laten ontvouwen. Hun verhaal te laten vertellen. En de lente luidkeels het woord te laten.

Het licht bij de timmerman gaat aan, de kippen los. Het is heïig buiten. Ik moet snel de hond binnen halen voordat hij weer een kip verschalkt.

- wordt vervolgd -

Jikke


10 december 2008. Het is vijf uur in de ochtend. Ik zit in Den Dolder, in mijn atelier.