











Om 8 uur moet ik bij de drukker zijn. Kopij inleveren over mijn verblijf
hier.
Het begint nu pas tot me door te dringen dat ik hier al weer weg moet.
Moet, ja. Het is een soort 'filmstill' in een totaal chaotische en intense
periode.
Het is bijzonder nu, 's ochtends vroeg. Toch niet echt stil, want je hoort
de tl-buizen gieren, treinen afremmen, optrekken en vliegmachines
overvliegen, maar het is heel wat rustiger dan ik tot nu toe gewend ben.
Het donker buiten heeft een soort concentratie. Ik ben voor het eerst
ook eerder dan de timmerman. Die man is onvoorstelbaar matineus
altijd. En de mensen staan ook nog niet voor de deur voor koffie. (Met
melk? Hoeveel suiker?).
Mijn verblijf hier heeft zich toch wel gekenmerkt door een soort
mateloosheid, een drang om iedereen hier te leren kennen, het te
snappen, wat 'men' hier doet, wat er zich hier allemaal afspeelt, op het
terrein, in het bos, in het donker, in de hoofden.
En het gekke is: dat is precies wat ik de mensen niet gevraagd heb. Ik
heb als een razende over het terrein geracet. Monsters gekleid,
gefeest, fik gestookt. Ik heb ze hier bij mij welkom geheten en de
heftige inhoud vooral nog even in het midden laten liggen.
En toch heb ik ze op mijn manier dicht op de huis gezeten.
Zet maar eens iemand twee uur lang stil in een hoek. Dat ze niet mogen
bewegen. Dat is voor een gewoon mens al een hele opgave, maar voor
een opgeschoten jongere met ODD en ADHD…. Grote portretten,
maar dan heel dichtbij getekend. Heel intens iemand millimeter voor
millimeter met een houtskooltje verkennen… het gevecht bespeuren dat
zich onder de huid afspeelt… dat is best spannend voor zowel kijker als
bekekene. En je kan je afvragen wie er eigenlijk bekeken wordt.
Ik heb net door het raam gekeken en de timmerman is er nog steeds
niet. Ik heb nog even.
Ik zit nog steeds tussen mijn tekeningen. Vele meters wit papier met
lijnen erop van waaruit zich een wereld begint te vormen, een
landschap. Ook dit landschap lijkt de heftige inhoud nog een beetje in
het midden te laten liggen, alsof de sneeuw die in deze periode zo
rijkelijk gevallen is, het landschap nog even in het maagdelijke wit
gehuld laat. Ik weet dat ik de tekeningen mee moet nemen. Mee moet
sleuren mijn grot in, mijn atelier. De stilte in. Om te wachten tot de
sneeuw smelt. Om in deze stilte de lijnen zich te laten ontvouwen. Hun
verhaal te laten vertellen. En de lente luidkeels het woord te laten.
Het licht bij de timmerman gaat aan, de kippen los. Het is heïig buiten.
Ik moet snel de hond binnen halen voordat hij weer een kip verschalkt.
- wordt vervolgd -
Jikke
10 december 2008. Het is vijf uur in de ochtend. Ik zit in
Den Dolder, in mijn atelier.