Op maandag vier januari reed ik om elf uur met een
volgeladen auto het terrein van de Willem Arntsz
Hoeve op. Ik kreeg de sleutel van wat de komende drie
maanden mijn huis en atelier zou worden.
Er lag sneeuw. Verder lag de Hoeve er stil en een
beetje dreigend bij.
De eerste dagen waren wat onwerkelijk. Het huis leek
een schip dat behaaglijk warm kon worden gestookt en
‘s nachts goed op slot kon. Het nautische aspect werd
nog versterkt door de driftig rokende schoorsteen die
tamelijk groot en hoog midden op het lange
transparante gebouw staat. Buiten bleef het sneeuwen
en bewogen af en toe schimmen door de verse sneeuw.
Na de eerste twee hypnotiserende weken met veel
sneeuw, wandelingen door het bos, verbazing over de
enorm hoge sparren en voorzichtige kennismaking met
patiënten werd het tijd voor een plan. Er was al een
idee voor een briefwisseling. Omdat het winter was en
mensen weinig buiten kwamen leek mij dit een goede
manier om in contact te komen met patiënten.
Bovendien was ik benieuwd naar wat mensen mij
zouden schrijven als ik daar, zonder er een opdracht of
thema aan te verbinden, de mogelijkheid toe zou
geven.