ga naar Frank Bloems nieuwsbrief 2
Ik weet niet of het door de sneeuw kwam of dat het mij hoe dan ook was opgevallen als hij niet met een wit laagje bedekt zou zijn, maar aan de rand van het terrein lag een enorme overgroeide hoop aarde. Te steil om door de ijstijd te zijn opgeworpen maar te groot voor een composthoop. In de opstartperiode was ik vooral gevoelig voor, in mijn ogen, wonderlijke objecten op het terrein. Zo waren er de vele huisjes die meestal één of twee zware stalen blinde deuren bezaten en waarschijnlijk geen andere functie hebben dan elektra in goede banen te leiden of andere zaken die onder de oppervlakte van het terrein spelen te kanaliseren. Ook het geluid van de langsrazende intercity’s dat door de kale bomen een onheilspellend en fascinerend geluidseffect gaf was indrukwekkend, maar die berg trok toch het meest mijn aandacht.

Na de eerste weken veranderde mijn focus van het landschap van de Hoeve naar de bewoners, die er in ruigte en mysterie niet voor onder deden. Eerder dan ik had durven vermoeden kwam de eerste brief en velen volgden nadat ik met behulp van twee bewoners van afdeling Wier, van een op het terrein aangetroffen archiefkast een sculpturale en (al zeg ik het zelf) ingenieuze brievenbus maakte.

Wie mij een brief zond kreeg er een terug, zo was de regel. Hiertoe ontwierp ik een huisstijl. Ik maakte van plaktetters en ruitjespapier zowel het briefpapier als een ansichtkaart met de tekst: "Een groet uit Den Dolder." Deze ansichtkaarten werden uitgedeeld, zodat de drempel om te reageren werd verlaagd.

De meest intensieve correspondentie ontstond met een gedetineerde patiënt in Roosenburg. Hij tekent en maakt kleine sculpturen en kwam elke week langs om zijn nieuwe werk te laten zien. Hij vroeg mij zeer 'to the point' hoe hij zijn werk meer 'kunst' kon laten zijn. Dit gaf stof voor een flink aantal brieven en elke week een uurtje theorie. Voor beiden.

>> lees verder ...