Het Vijfde Seizoen

Berend Strik

Winter 2001/2002

Berend Strik verbleef met zijn vrouw Alwine van Heemstra en hun zoontje Matthijs een winter in Het Vijfde Seizoen. Hij ontwikkelde het project 'Jeltje', waarin hij onderzoek doet naar architectuur voor mensen met een psychische stoornis. Jeltje is de naam van een pand dat gesloopt zou worden. Hiervoor in de plaats moet een gebouw komen dat perfect aansluit op de individuele behoefte van de patiënten en dat bovendien een rol kan spelen in de ontwikkeling van de architectuur.

Alwine van Heemstra schreef een radiodocumentaire over de perikelen die zich afspeelden rond de verplaatsing van de oecumenische kapel van de kliniek. Door haar toedoen werd Het Vijfde Seizoen een ontmoetingsplaats voor patiënten en gasten van haar en haar man. Zo ontmoette ze ook Helma Zindel, die al tien jaar in de kliniek woonde en zelf tekent en schildert. Besloten werd een tentoonstelling van Helma’s werk in Het Vijfde Seizoen te organiseren. Bijna alle werken werden tijdens de opening verkocht aan medepatiënten, therapeuten en bezoekers. Als afscheid organiseerden Alwine van Heemstra en Berend Strik een discoavond met rappende patiënten en een drummende Strik.

www.berendstrik.nl

"Mijn verblijf in ‘Het Vijfde Seizoen’ bevestigde mijn overtuiging dat  architectuur en de medische wereld een relatie met elkaar kunnen hebben.

Wanneer je woont op het terrein van de hoeve, lijkt het in eerste instantie op een rustige omgeving  met hier en daar een gebouw waar mensen wonen en /of werken. Na vijf maanden op het terrein zijn die anonieme mensen individuen geworden die allemaal verschillende levensverhalen hebben.

Doordat ‘Jeltje’ gesloopt gaat worden, ontstaat nieuwe ruimte voor woningen. Ik zou een gebouw willen ontwerpen dat perfect aansluit op de behoeftes en dromen van permanent verblijvende mensen.

 De plannen voor deze toekomstige huizen wil ik ontwikkelen in dialoog met de toekomstige gebruikers. Zeven bewoners van de Willem Arntsz Hoeve heb ik gevraagd naar hun ideale woning of plek. Dat resulteerde in schetsen voor woningen met oog voor de wensen, verlangens, ergernissen en angsten van deze mensen. De interactie tussen beeldende kunst en architectuur vindt veelal plaats in de medische wereld. Dit is niet geheel toevallig. Deze ménage à trois geeft veel mogelijkheden. Het combineert het constructieve van de architectuur, het onderzoekende van de beeldende kunst en de noodzakelijkheid vanuit de medische wereld. In samenwerking met One Architecture is het ‘House of Hearts’ontstaan, bestemd voor een tweeling die lijdt aan het syndroom van Gilles de la Tourette. Het huis heeft de vorm van een hart en bestaat uit twee ‘kamers’, een voor Claudia en een voor Carla. De bemiddelende tussenruimte is bestemd voor de moeder. De zachte architectuur van het ‘House of Hearts’ verbindt en scheidt de tweeling tegelijkertijd en komt tegemoet aan hun specifieke wensen en de eisen van hun ziekte.

Langdurig verblijvenden op zorginstellingen kunnen zich middels hun woning leren verhouden tot de meer publieke omgeving. Een omgeving waar verschillen zouden moeten worden aangemoedigd. Ik wil in mijn architectuur de identiteit van de bewoners onderstrepen en hun voorzien van een fysieke omgeving waarmee ze kunnen communiceren. Zo creëer je een architectuur die fundeert, die stevigheid biedt aan de bewoners door ze een thuis te bieden van waaruit ze zich kunnen verhouden tot elkaar en tot hun omgeving. En zo wordt het grensgebied van de Willem Arntsz Hoeve een conglomeraat van sterk van elkaar verschillende ‘zelfbeelden’ die de ervaring van plek als geheel verrijken, stuk voor stuk bijdragen aan het karakter en de atmosfeer van de afzonderlijke ‘biotopen’ en uiteindelijk aan de identiteit van de langdurig verblijvende: een veilige en vooral passende plek voor zijn lichaam en zijn ziel. Een tweede huid die hem helpt zijn omgeving tegemoet te treden".

Naar boven